Logo Contactlensinside
ContactlensInside - Editie 4/2021

Size does matter

Inside orthokeratologie


En zo start ik mijn aller eerste artikel in de ContactlensInside. Voor diegene die andere stukjes van mij gelezen hebben in andere vakbladen zullen merken dat ik graag over Ortho-K schrijf. Deze keer is dat niet anders. Zoals de titel al wil vermoeden wil ik het graag hebben over afmetingen of misschien beter gezegd verhoudingen. Er wordt regelmatig myopie management toegepast met Ortho-K-lenzen, maar welke contactlens is nu het meest geschikt voor je klant? We weten dat we voor een goede myopische remming minimaal +2.00 D additie binnen het pupilgebied willen hebben. Maar om dat te realiseren zullen we eerst moeten weten hoe groot dat pupilgebied is.

Gelukkig helpen de meeste topografen met het opmeten van de pupilgrootte meestal ook nog in redelijk dezelfde lichtomstandigheden. Dus dat geeft ons één van de noodzakelijke afmetingen, maar daarmee zijn we er nog niet. 
Er is legio keuze aan type en designs van contactlenzen, maar welke kies je nou? In de basis zou ik kijken naar de optische zone (OZ) die in de contactlens wordt aangeboden. 
De 6.6/6.0/5.5/5.0 mm zijn allemaal afmetingen die beschikbaar zijn. Helaas heb ik geen gouden formule die je kan vertellen bij welke pupil welke OZ het beste past. Omdat 6.0 of 5.5 the middle of the road is zou ik daar in eerste instantie voor gaan. 
(Bij een kind die atropine gebruikt zou ik 6.0 adviseren ivm de verwijding van de pupil).

De reden waarom ik dat niet kan vertellen is omdat de OZ niet bepaalt waar de +2.00 D voor de pupil komt, want dat doet het applanatiegebied (het middelste blauwe stuk op je verschilplaatje op de corneatopografie, ook wel afvlakkingsgebied genoemd). Dat applanatiegebied verschilt per oog, maar dat is wel het 2de puzzelstukje richting de juiste oplossing van een casus. Er moet een mooie verhouding zitten tussen de pupilgrootte en applanatiegebied. 

Om een voorbeeld hieraan te geven: stel je hebt een grote pupil en een ‘te’ klein applanatiegebied. Dan zul je een geweldig myopisch remmend effect hebben, echter zal de visus minder geweldig zijn. 
Zo kun je hem ook andersom beredeneren. Stel je hebt een kleine pupil en een te groot applanatiegebied, dan zul je een prima visus hebben, maar zal de noodzakelijke +2.00 D niet binnen het pupilgebied vallen en heb je geen remmend effect.
Alleen als de combinatie van deze 2 factoren goed bij elkaar passen gaat je therapie werken. Let je hier niet op, zal je klant of onvoldoende remming hebben of zal de visus achter blijven en beide wil je voorkomen. 

De klant zal in grote mate de doorslag geven of iets acceptabel is of niet, maar onthoud dat we hier vaak met kinderen te maken hebben. Kinderen klagen sowieso niet snel, dus een minimale visus van 0.7 is raadzaam om aan te houden.
De corneatopografie zal weergeven of de benodigde additie binnen het pupilgebied valt. Afhankelijk van de topograaf geeft hij dit weer in je plaatje. Zo niet maak dan gebruik van het millimeter raster dat elke topograaf heeft.

Vond jij dit een interessant artikel om te lezen schrijf dan :  ‘Vind ik leuk Fabian πŸ‘’  hieronder in de reacties.
Fijne feestdagen!
 

Kernpunten in dit artikel
  • Let goed op de verhouding van de pupil grootte en het afvlakkingsgebied.
  • Is de verhouding niet goed, stuur dan bij door de OZ van de lens groter of kleiner te kiezen.
Reacties op dit artikel
Remco / 23 december 2021 - 15:00 uur

Vind ik leuk FabianπŸ‘πŸ₯Έ

Ron Beerten / 29 december 2021 - 10:30 uur

Vind ik leuk Fabian!πŸ‘

Bastiaan van Veen / 29 december 2021 - 10:53 uur


Vind ik leuk Fabian!πŸ‘πŸ»

Amanda / 06 januari 2022 - 16:51 uur

Vind ik leuk Fabian πŸ‘