Logo Contactlensinside
ContactlensInside - Editie 1/2021

Zo simpel mogelijk

Inside information


Een beroemde uitspraak van Albert Einstein luidt: “everything should be explained as simple as possible… but not simpler”. In een recente podcast waar ik voor geïnterviewd werd in de VS, vroeg men wat het geheim van een goede lezing is. Voor mij is de essentie van educatie die quote van Einstein. De kracht zit hem er niet alleen in dat je moet proberen iets dat (ogenschijnlijk) complex of veelomvattend is, simpel weer te geven. Maar de absolute essentie zit hem in het tweede deel van die quote ”maar niet simpeler”. Er komt een grens, een ondergrens, waar je niet overheen wil en moet gaan. Doe je dat wel, dan klopt het niet meer. Een aantal politici maken daar dankbaar gebruik van. Mensen houden van simpel: simpel is overzichtelijk en duidelijk. Het leven is al complex genoeg. Zelfs de reden waarom mensen zo van smartlappen of countrymuziek houden, wordt wel toegeschreven aan het feit dat het heerlijk overzichtelijk is en uitblinkt in eenvoud. Heerlijk, ik hou daar ook erg van, eerlijk gezegd (my guilty pleasure).

Multifocaal
Uiteraard is ContactlensInside ook pure educatie. Hoe doen de bijdragen van deze eerste uitgave van 2021 het dan op de meetlat van Einstein (de lat ligt niet hoog hoor).

Laten we beginnen met multifocaal. Ik heb het concept ‘simultaan systeem’ aan cliënten, maar ook aan studenten, vaak uitgelegd als “het is alsof je door een raam kijkt dat een klein beetje vies is. Je hebt dan de keuze om op die boom áchter het raam scherp te stellen óf om in te zoomen op het raam zelf.” Met een simultaan multifocaal principe heb je immers ook twee afbeeldingen waar je uit kan kiezen. Het klopt alleen niet helemaal optisch gezien. Maar mensen snappen wel wat je bedoelt. Dit is wel een grensgevalletje hoor. Ik zeg dat er dan ook wel altijd bij: “het klopt niet helemaal als je het precies wilt weten, maar zo werkt het ongeveer”.

Toen ik de bijdrage van Maroeska Wiggers las (het aanpassen van multifocale contactlenzen deel 1) moest ik meteen aan het bovenstaande denken. Ze maakt meteen duidelijk uitstekende didactische vaardigheden te bezitten, in lijn met Einsteins quote. Ze kijkt naar de rol van accommodatie/convergentieproblemen bij het aanpassen van multifocaal. Best een lastig onderwerp eigenlijk. Maar ze lost dit heel kundig op, door een analogie te gebruiken: “Wanneer je op 33 cm naar je horloge kijkt, zal je niet 3 dioptrie accommoderen om het horloge scherp te zien. Deze 3 dioptrie wordt wel gerealiseerd om de datum in de wijzerplaat te kunnen lezen. Er is op deze afstand dus een zekere ruimte in de hoeveelheid accommodatie, maar niet in de convergentie: het ogenpaar zal evenveel convergeren om het horloge dan wel de datum te kunnen zien.” Hopla: iets simpel uitgelegd, wat eigenlijk best ingewikkeld is. Het enige punt is misschien wel dat ze wellicht heel veel hooi op haar vork neemt en de hele module binoculair zien in één column probeert te stoppen. Doceren is ook doseren. Maar ik kijk nu al uit naar deel 2 van haar bijdrage volgende keer.

Myopie
De overgang van multifocaal naar myopie is vrij makkelijk te maken (omdat zachte multifocale lenzen een steeds nadrukkelijker rol bij myopie management spelen). Karen Teuben kijkt in haar column opnieuw naar myopie en haalt een belangrijk artikel uit China aan. Deze studie kijkt naar het effect van het sluiten van de scholen januari en mei 2020 (‘de lockdown’). Vooral onder 6-, 7- en 8-jarigen is een behoorlijke toename van het aantal myopen te zien, terwijl deze de voorafgaande jaren redelijk gelijk bleef. Helaas weten we dat hoe jonger je bent als je myopie krijg, hoe groter de kans dat je hoog myoop zal worden. Minstens zo interessant, ook al betreft dit China en niet Nederland, is dat te zien is dat onder 13-jarigen de prevalentie myopie 80% is. Cijfers die haar, en mij, nog steeds doen duizelen. Hoe ziet die grafiek er over 7 jaar uit, als de nu 6-jarigen met een prevalentie van ruim 20%, dan 13 jaar oud zijn? Je kan daar heel ingewikkeld over doen en allerlei statistische kanttekeningen bij plaatsen… maar het is heel simpel natuurlijk dat myopie (in mate van en in aantallen) gaat toenemen en dat we daar iets mee zullen moeten: als maatschappij en als beroepsgroep.

Zacht en hard
Ook in deze ContactlensInside gaat het weer alle kanten op - en dat moet ook. Om als contactlensspecialist jezelf serieus te nemen én zo gezien te worden, is het belangrijk het rijke palet van contactlensonderwerpen te overzien. In de bijdrage van Reinier Stortelder wordt ingegaan op het aanpassen van zachte lenzen. Is het beter om corneadiameter te gebruiken dan centrale keratometriewaarden? Beide laten een hele zwakke correlatie zien. Het is (helaas misschien) niet zo dat corneadiameter onze problemen gaat oplossen. Je moet het oculaire oppervlak misschien ook niet indelen in cornea en sclera: het is een continuüm, die gradueel overgaat van het een in het andere. Corneadiameter speelt dan in principe niet of nauwelijks een rol qua vormbepaling (als de zachte lens maar groot genoeg is en de lensrand niet over de limbus komt). Zo simpel is het eigenlijk.

Cris Mertz en Nienke Soeters halen de voordelen van harde lenzen nog eens aan en hoe die aan te passen. Natuurlijk kan het niet genoeg benadrukt worden wat de voordelen kunnen zijn van harde lenzen. Maar het is ook weer niet zo simpel, zoals Cris het zegt, dat iedereen dan maar over moet op hard. Integendeel. Maar heel specifiek kijken naar de wensen en mogelijkheden bij elke cliënt, is de essentie van ons vak en onze verantwoordelijkheid. En soms willen we het ingewikkeld doen. Maar in sommige gevallen kan een ‘simpele’ oplossing van een harde lens gewoon een hele goede zijn. Comfort is daarbij altijd ‘een ding’ natuurlijk. Martin Lewis kijk in dat kader naar de rol van oppervlaktecoating bij maatlenzen.

I’ve got a veiling
Er is nog veel meer te zien en te lezen in deze ContactlensInside: simpelweg te veel om op te noemen in dit voorwoord. Laten we afsluiten met de bijdrage van een andere docent, Bianca Schut. Ze beschrijft een casus eigenlijk. Tijdens de praktijklessen aan de contactlensopleiding is het belangrijk dat studenten zoveel mogelijk op elkaar oefenen. Terwijl ze een harde lenspassing controleert bij een groepje studenten, hoort ze in de gangen dat ze dringend wordt gezocht door een student. Het klinkt urgent. Met een rood hoofd geeft de student aan een ‘enorme mega-staining’ te hebben veroorzaakt op een oog van een medestudent. Dat blijkt wel mee te vallen en ‘een stuk luchtiger’ (cliffhanger) te zijn in de praktijk. Zie column van Bianca voor de ‘simpele’ uitkomst.

De openingsquote van Einstein is trouwens niet alleen van toepassing voor ons docenten. Ook in de dagelijkse praktijk is het zaak naar de cliënt toe steeds op een goede manier complexe onderwerpen uit te leggen. Zonder de waarheid uit het oog te verliezen. Heel simpel eigenlijk. Maar nog niet zo eenvoudig in de praktijk.

Eef van der Worp

Eef van der Worp doet contactlens gerelateerd onderzoek aan de Universiteit van Maastricht en Pacific University in de Verenigde Staten. Hij is een internationaal veelgevraagd spreker en hij is gastdocent aan diverse universiteiten in de Verenigde Staten.

Meer van Eef van der Worp
Opslaan als PDF
Reacties op dit artikel
Hans van der List / 12 april 2021 - 13:08 uur

Hoi Eef, vuile ramen ka je vervangen voor vitrage (leesdeel). Ik gebruik dit altijd om bv uit te leggen, waarom ze met multifocaal minder contrast zullen ervaren dan bij verte lenzen of een bril. Het patroontje van de vitrage (leesdeel design) kan dan hier nog invloed op hebben hoe goed het gaat. Voor zo ver ik weet snapt iedereen, aan wie ik dit uitleg, wat er gebeurd en bevordert dit het gewenningsproces van multifocale lenzen en begrijpt men ook dat het soms proberen en aanpassen wordt. Vuile ramen is m.i. niet het juiste equivalent. Is een beetje smerig...

Eef / 12 april 2021 - 13:17 uur

Like that Hans!!! Thanks. Uitstekende suggestie.