Logo Contactlensinside
ContactlensInside - Editie 4/2018

Niet te verklaren maar wel verrassend bijzonder

Inside de wetenschap


Het mooie aan de oogheelkunde vond ik altijd dat je al heel veel in of aan het oog kan zien, zonder dat de patiënt je iets hoeft te vertellen. Maar bij keratoconus gaat dat soms totaal niet op. Dan zit er geen enkele relatie tussen de corneatopografie, de refractie en visus van de patiënt. Aan de waarde van de keratometrie en pachymetrie op het corneatopogram kan ik niet voorspellen wat de visus of refractie zal zijn. Hieronder 2 voorbeelden:



Deze man van 23 jaar heeft een visus zonder correctie van 0.8+, en met een geringe refractie van S-0.50 C-0.75 x 105 heeft hij een visus van 1.1. Op de corneatopografie heeft hij een forse keratoconus: de kromming van het steilste punt van zijn cornea is 70.4D (5.28 mm), en het dunste punt 391 micron. We weten inmiddels dat patiënten die een centrale conus hebben, zoals in deze casus waarbij de dunste plek ook heel centraal zit, een lagere visus hebben dan wanneer de conus meer perifeer ligt.1 In dit geval gaat dat niet op. Ook met de spleetlamp zie ik niet wat ik verwachtte, ik zie namelijk een heldere cornea zonder striae en zonder fleischer. Vogt's striae zijn kleine vouwtjes in het diepe stroma die met name bij gevorderde keratoconus zichtbaar zijn met de spleetlamp.2 Gek genoeg zag ik bij deze vergevorderde keratoconus niets van enig teken van keratoconus met de spleetlamp. 

De andere casus, een man van 40 jaar die ik al weer twee jaar geleden zag en vanaf toen monitor. Hij heeft een visus van 1.25 zonder correctie. Zoals hieronder te zien op de corneatopografie is de steilste plek op de cornea 59.9 D (5.63 mm) met een dunste plek van 469 micron. Als je naar de corneatopografie  kijkt is het toch echt een duidelijk keratoconusbeeld, maar ook hier is met spleetlamp niets te ontdekken dat op keratoconus duidt. Gelukkig blijft zijn keratoconus al twee jaar stabiel. De kans op verdere vervorming bij keratoconus is kleiner naarmate de leeftijd toeneemt.3



Deze twee casus, en het feit dat de theorie en de praktijk niet overeenkomen en me verrassen doet me ook een beetje denken aan een ander onderdeel van de oogheelkunde: de patiënten met droge ogen. Soms klaagt een patiënt over droge ogen en zie ik met de spleetlamp niets dat wijst op droge ogen. Geen punctata, geen lage BUT, en toch (soms forse) subjectieve klachten. En andere keren zie ik behoorlijk wat punctata op de cornea, en vraag ik of ze ergens last van hebben, of ze een zandkorrelgevoel hebben of branderigheid, maar hebben ze nergens last van. Droge ogen is niet helemaal mijn expertisegebied, dus wellicht zie ik wat over het hoofd, maar feit is dat de oogheelkunde me blijft verrassen.  

Referenties
1. Soeters N, Van der Valk R, Tahzib NG. Corneal Cross-linking for Treatment of Progressive Keratoconus in Various Age Groups. J Refr Surg. 2014; 30(7):454-460
2. Mocan MC et al. The significance of Vogt's striae in keratoconus as evaluated by in vivo confocal microscopy. Clin Exp Ophthalmol 2008; 36(4):329-34
3. Li X, Yang H, Rabinowitz YS. Longitudinal study of keratoconus progression. Exp Eye Res 2007;85:502–7.

Kernpunten in dit artikel
  • Bij forse keratoconus (zeer steil en dun) verwacht je hoge cilinders en een lage visus. Soms komt de theorie en de praktijk totaal niet overeen en is aan de hand van een corneatopografie lastig te voorspellen wat iemand voor visus of refractie heeft.
  • Ook bij een duidelijke keratoconus op het corneatopogram kan iemand zonder correctie een visus van 1.25 hebben. Meet dus altijd eerst de visus zonder correctie bij keratoconus, het zal je verbazen.
  • Oogheelkunde is soms verrassend.

Nienke Soeters

Voltooide haar optometrie opleiding aan de Hogeschool Utrecht in 2004. Ze deed ervaring op als optometrist in het Diakonessenhuis Zeist, in de refractiechirurgie en als medisch contactlens specialist bij Oogkliniek Heuvelrug. In 2015 promoveerde ze bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht op het onderwerp ' Applications and advantages of corneal crosslinking for treatment of keratoconus'. Haar focus ligt bij corneale cross-linking, een medische behandeling om progressie van keratoconus te stoppen. Daarnaast schijft ze columns met een wetenschappelijk tintje voor ContactlensInside en geeft ze les aan optometrie studenten op de Hogeschool Utrecht. Ze is lid van de Optometristen Vereniging Nederland (OVN) en van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG), en heeft de afgelopen jaren gepubliceerd en gepresenteerd over bovenstaande onderwerpen. 

Meer van Nienke Soeters
Opslaan als PDF
Reacties op dit artikel

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.