Logo Contactlensinside
ContactlensInside - Editie 3/2018

Kennis vergroten, spread the word

Inside de wetenschap


Schrijnend. Dat is het woord dat in me opkomt als ik het verhaal van een patiënt met keratoconus aanhoor terwijl ik bezig ben met zijn crosslinkingbehandeling. Voordat de diagnose werd gesteld, is hij bij diverse opticiens langs geweest. Klachten van hoofdpijn, wisselende sterktes, last van glare 's avonds met autorijden. Hij is uiteindelijk zelf gaan googlen, en moest zowel de optometrist als de oogarts vertellen dat er een behandeling voor keratoconus bestaat: crosslinking. En zo werd hij uiteindelijk naar de juiste plek verwezen. Hoe kan dat nou? Hoe is het mogelijk dat optometristen en oogartsen niet weten wat crosslinking is? Crosslinking wordt al sinds 2007 in Nederland uitgevoerd!

Tegenwoordig zit crosslinking ook in de examenstof voor oogartsen in opleiding, maar vroeger bestond de behandeling natuurlijk nog niet. Voor het gemak gaan we er van uit dat oogartsen hun kennis op peil houden door jaarlijks het NOG (Nederlands Oogheelkundig Gezelschap) congres te bezoeken. Keratoconus is natuurlijk maar een klein onderdeel van de oogheelkunde, en met name een specialisatie onder de corneaspecialisten. Niet elke oogarts heeft cornea als interessegebied, en er zijn nog zoveel andere oogziektes die aandacht verdienen. Toch is crosslinking tegenwoordig de standaard behandeling voor jonge mensen met keratoconus. Het is niet meer "u heeft keratoconus, gaat u maar naar de contactlensspecialist en komt u terug als het niet meer gaat", en dat er dan een hoornvliestransplantatie werd overwogen. Nee, de keuze is veel groter. Niet alleen qua contactlenskeuze, maar ook qua behandeling.

Om kennis te verspreiden over een bepaald specialisatiegebied in de oogheelkunde, zoals in het UMC Utrecht o.a. over keratoconus en crosslinking, is er de optie om presentaties te houden over het onderwerp. Dat hebben we natuurlijk ook gedaan, vanaf 2010 ging er elk jaar op het NOG wel 1 of meerdere praatjes over crosslinking.  Ook op bijeenkomsten voor optometristen en op het OVN congres stond (en staat) keratoconus en crosslinking vaak op het programma. Wat kunnen we nog meer doen? En hoe bereiken we de optometristen, de opticiens en de contactlensspecialisten die juist deze patiëntengroep in hun stoel krijgen? Nog een stapje verder: hoe kunnen we de oogheelkundige vakmensen die geen bijscholingen volgen en geen ContactlensInside (of andere) artikelen over hun vakgebied lezen bereiken?

Wellicht kunnen we "afkijken" bij specialisten van andere oogziektes, hoe zetten zij zich op de kaart en hoe voorzien zij hun achterban van informatie? Of kunnen we een soort nieuwsbrief uit laten gaan naar alle huisartsen/oogartsen/opticiens? Wellicht de oogarts of opticien direct benaderen waarvan we horen dat kennis over crosslinking ontbreekt? Hoe urgent is het eigenlijk dat iedereen op de hoogte is van deze behandeling voor keratoconus? Hoe eerder de behandeling wordt uitgevoerd als de ziekte in een actieve fase is, hoe beter. We kunnen de tijd namelijk niet terugdraaien, en we hebben het vaak over jonge mensen. De ziekte openbaart zich bij tieners, twintigers of dertigers. Dus hoe eerder we het weten, hoe eerder het proces stopgezet kan worden en voorkomen dat er uiteindelijk een hoornvliestransplantatie nodig is. Ook kunnen we naast het stabiliseren van de oogziekte een goede contactlens laten aanmeten. Hierdoor verbetert niet alleen de visus, maar ook halo's, glare, het zicht in het donker, de kwaliteit van leven én behouden we dat.

Dat iemand keratoconus heeft is niet altijd direct duidelijk. Mensen die keratoconus hebben, hebben namelijk niet altijd dezelfde klachten. Wat ze vaak noemen is hoofdpijn, slechter zien met 1 oog (keratoconus is vaak erger aan 1 oog) en in het donker last van glare en halo's. De meting met de autorefractor meter geeft een rare sterkte met hoge cilinder en hoge minsterkte. Met de spleetlamp is er over het algemeen weinig afwijkends te zien, tenzij de keratoconus ver gevorderd is, dan kunnen er striae waargenomen worden (fijne vertikaal lopende lijntjes centraal in het stroma, een soort '"vouwtjes") of zelfs stromale littekentjes. Met een corneatopograaf is de afwijking vaak duidelijk zichtbaar. Als het vermoeden van keratoconus bestaat, dan is het handig om een verwijsbrief te schrijven en de patiënt (via de huisarts) door te verwijzen naar een oogarts. Het zou mooi zijn om de topografieplaatjes (indien beschikbaar) bij de brief te voegen en ook om de woorden 'keratoconus' en 'crosslinking' in de brief te zetten, zo vergroten we hopelijk de kennis om ons heen!

Feedback op de vraag hoe we ons kunnen verbeteren om kennis beter te delen wordt gewaardeerd!
 

Kernpunten in dit artikel
  • Ondanks dat crosslinking al 11 jaar in ons land wordt uitgevoerd voor mensen met progressieve keratoconus is de kennis over deze behandeling nog niet overal doorgedrongen.
  • Hoe kunnen we, naast presentaties houden of artikelen schrijven over het onderwerp, de kennis vergroten bij de oogheelkundig specialisten?
  • Hoe bereiken we de mensen in het werkveld die geen bijscholing volgen of nieuwsbrieven lezen?

Nienke Soeters

Voltooide haar optometrie opleiding aan de Hogeschool Utrecht in 2004. Ze deed ervaring op als optometrist in het Diakonessenhuis Zeist, in de refractiechirurgie en als medisch ...

Meer over Nienke Soeters
Opslaan als PDF
Reacties op dit artikel
Sylvia Van Roemburg / 05 oktober 2018 - 16:50 uur

Crosslinking is al een tijd bekend bij mij, maar de routing naar verwijzing en behandeling niet duidelijk. Het is goed te ontdekken na refractie en topografie.
Nu krijgen wij van de regionale oogarts te horen, naar hen doorverwijzen, zij stellen de diagnose en kijken over een half jaar weer. Dan wordt er bij progressie door verwezen. Waarom kan dit niet sneller?

Nienke / 05 oktober 2018 - 22:19 uur

Het zou mijns inziens efficiënter zijn als de contactlensspecialist/optometrist zelf de patiënt/cliënt monitort op progressie van de keratoconus en rechtstreeks naar een plek verwijst waar gecrosslinkt wordt. Dit moet helaas wel via de huisarts ivm vergoeding van het consult of de behandeling heb ik me laten vertellen.

Het monitoren van progressie is nog steeds noodzakelijk omdat de behandeling niet preventief wordt uitgevoerd maar pas als er een achteruitgang geconstateerd is.