Logo Contactlensinside
ContactlensInside - Editie 4/2018

Lensvorm

Inside de sagitta


In mijn vorige column heb ik al laten zien dat de simpele wiskunde-regels die base curve radii gebruiken om zachte lenzen aan te passen niet erg goed werken.  Daarom moeten we gaan kijken naar de vorm en sagitta van het oog, maar ook naar de vorm en sagittas van zachte lenzen.
Laten we met de contactlenzen beginnen. Ik neem jullie mee in mijn speurtocht van de afgelopen jaren door beschikbare gegevens, formules en publicaties, aangevuld met metingen die ik zelf gedaan heb. Hoewel ik formules aanhaal hoop ik dat dit artikel ook prima te lezen is als je snel over deze formules heen leest. De berekende waardes staan in de tabellen.

Van iedere lens kan de sagitta uitgerekend worden met behulp van de kromming en de diameter met behulp van de volgende formule.
                         
Nu zouden we dus op basis van de gegevens van de fabrikant, de diameter en de BCR de sagitta van de lenzen kunnen uitrekenen als we aannemen dat we te maken hebben met een monocurve. Meer informatie is er niet beschikbaar vanuit de fabrikant, daarom is de monocurve de beste aanname.
Vergelijken we dit met gemeten sagittas uit het artikel 'Sagittal height differences of frequent replacement silicone hydrogel contact lenses' van Eef van de Worp en Cris Mertz, beiden schrijven ook voor ContactlensInside, dan zien we de resultaten in de onderstaande tabel met theoretische en gemeten sagittas. De gemeten sagittas zijn afkomstig uit het onderzoek van Eef en Cris  (SAG min en SAG plus).
                    
We weten dat de diameters van de lenzen dicht bij elkaar liggen zoals eerder besproken, maar hetzelfde geldt ook voor de sagittas. Als we naar deze lenzen kijken dan zien we dat het verschil tussen deze lenzen maximaal 300 micron is. Maar ook zien we dat de radius die fabrikanten op de verpakking drukken ons wel enig gevoel kunnen geven van de daadwerkelijke sagitta van de lens.

Maar kunnen we hier dan al echt iets mee? Eef en Cris hebben de lenzen gemeten bij 20 graden Celsius zoals de ISO normen voor zachte lenzen voorschrijven. Het is echter erg interessant om dit onderzoek te herhalen bij 34 graden. 34 Graden is namelijk de oogtemperatuur en dit varieert maar erg weinig.
We weten uit onderzoek van, wederom G. Young, dat lenzen krimpen op oog-temperatuur. Helaas heeft G. Young alleen de diameter gemeten en niet de sagitta. Al kunnen we wel enkele interessante gegevens uit dit onderzoek halen. De meeste fabrikanten printen de diameter van de ISO norm op de verpakking, een enkeling kiest ervoor de diameter op oogtemperatuur aan te houden. Daarnaast valt op dat de hoeveelheid siliconen invloed heeft. Hoe meer siliconen hoe minder de lens krimpt.

Zelf heb ik hiervoor een testopstelling gemaakt met behulp van een meetapparaat voor de sagitta, en een aquariumpomp om de temperatuur op 34 graden te brengen. Mijn data laat kleinere diameters zien welke erg overeenkomen met de data gepubliceerd door G. Young.
Grofweg is de sagitta van een lens op oogtemperatuur 150 micron lager dan de sagitta op 20 graden (zie tabel 2). Er is geen correlatie te vinden tussen SAG gemeten op oogtemperatuur en die volgens de ISO norm. De verpakking vertelt misschien toch nog te weinig.
                    
Ondanks dat ik nu de literatuur had doorgewerkt en zelf metingen had verricht kon ik hier niet genoeg mee. Want als we lenzen gaan aanpassen op basis van sagitta is het belangrijk om de sagitta altijd in relatie tot de diameter te zien.

De volgende redenatie klopt bijvoorbeeld niet: “De lens zit te los dus kies ik een lens met grotere sagitta waarbij de diameter niet uitmaakt”.

De volgende afbeelding illustreert waarom een lens met zowel een grotere diameter als een grotere sagitta niet altijd de pasvorm van de lens zal veranderen. De kromming van de lens is namelijk niet anders geworden en de lens zal zich ongeveer hetzelfde op het oog gaan gedragen als zijn kleinere broertje.
                          
De sagitta van lenzen met elkaar vergelijken kan alleen maar als er één diameter gebruikt wordt. Dit kunnen we doen door van iedere lens de base curve equivalent (BCE) uit te rekenen met de volgende formule. 
                                        
Deze formule heb ik gebruikt om zowel de sagitta als de diameter op oogtemperatuur om te rekenen. Vervolgens heb ik hieruit weer een sagitta voor iedere lens berekend met een diameter van 14mm. Ik denk dat het verstandig is om hier in de berekening voor de diameter 14mm te gebruiken aangezien de meeste lenzen rond de 14mm zitten. Ik heb dit voor meerdere maand en daglenzen opgemeten (zie tabel 3).
                                            
Het verschil in sagitta tussen alle lenzen welke in een kromming beschikbaar zijn is 200 micron. Kijken we naar het verschil tussen de krommingen van de Oasys zien we een verschil van 300 micron. 300 Micron is ook ongeveer het verschil wat veel fabrikanten aanhouden voor maatwerk zachte lenzen. Het verschil in sagitta tussen one-size-fits-all lenzen is dus niet erg groot.

Ik durf daarom deze stelling aan: een andere one-size-fits-all lens aanpassen, mag geen keuze zijn op het moment dat een lens duidelijk te los of juist veel te strak zit op het oog.

Graag ga ik in discussie en hoor ik jullie voor of tegenargumenten.
 

Reinier Stortelder

Reinier Stortelder heeft zijn optometrie opleiding gevolgd aan de Hogeschool van Utrecht. En ervaring opgedaan bij verschillende optiek- en contactlenspraktijken en een laserkliniek. Hij is nu professional affairs manager bij Eaglet Eye. Hierdoor komt hij veel in aanraking met de meest recente ontwikkelingen op het gebied van soft- en scleralenzen en oogvorm door congressen en klinieken in Verenigde Staten en Europa te bezoeken. Hij heeft meegewerkt aan onderzoeken en is auteur van case reports en wetenschappelijke posters.

Meer van Reinier Stortelder
Opslaan als PDF
Reacties op dit artikel
Aeilko Kamst / 15 januari 2019 - 21:22 uur

Reinier,

Dat de sagittahoogte voor de passing een bepalende factor is lijkt duidelijk, net zoals lensgeometrie en de diameter van de lens.
Wanneer je spreekt over een verschil in sagittahoogte tussen de meest aangepaste lenzen dan zou ik het eens zijn met je stelling als de lensgeometrie en de lensdiameter van de lenzen gelijk zou zijn. In het boek "The learning curve" van Eef van der Worp wordt gesproken dat een diameterwijziging veel invloed kan hebben op de sagittahoogte van de lens. Verandering van lens binnen de beschikbare standaardlenzen zou dan toch een positieve invloed kunnen hebben op de lenspassing.

Reinier Stortelder / 19 februari 2019 - 11:00 uur

Aeilko Kamst,

Excuus voor de late reactie. Dit schoot erbij in door vakantie.

Je hebt helemaal gelijk dat de sagitta groter wordt als de diameter groter wordt. Echter wordt de sagitta van het oog ook groter bij een grotere diameter.
Op dit moment verander je zowel de sagitta als de diameter. Ofwel 2 variabelen. Zelf verander ik het liefste 1 variabele per keer om de verandering zo goed mogelijk te kunnen inschatten.

Stel een lens zit te los dan kies je een lens met meer sagitta en dezelfde diameter. Nu weet je zeker dat de lens strakker gaat zitten.
Enkel de verhouding in sagitta tussen oog en lens hebben we vergroot.

Maar stel nu dat de lens te los zit en je kiest een lens met een grotere sagitta en grotere diameter. Nu weten we niet zeker of de lens ook strakker gaat zitten. Want ook de sagitta van het oog neemt toe bij een grotere diameter.

Daarom heb ik alle lens sagitta omgerekend naar 1 diameter om vervolgens te concluderen dat de verschillen erg klein zijn.