Logo Contactlensinside
ContactlensInside - Editie 3/2018

Kan een ultradunne contactlenscoating drop-outs verminderen?

Inside de Hogeschool Utrecht


Het totale percentage drop-outs van contactlensdragers per jaar is ongeveer 20% (Asbell, 2017). Een van de meest genoemde redenen om te stoppen met het dragen van contactlenzen is discomfort (CLD) (Sulley, Young, & Hunt, 2017). Onderzoeken hebben uitgewezen dat 12-51% van de drop-outs CLD aangeeft als reden om te stoppen met het dragen van contactlenzen (Nichols et al., 2013). Het is dan ook goed om ons te realiseren dat bestaande contactlensdragers met CLD een belangrijke groep zijn om te monitoren, zodat zij niet ook stoppen met het dragen van contactlenzen. Het gaat hierbij niet om een kleine groep, want ongeveer de helft van alle contactlensdragers ervaart een vorm van CLD (Nichols et al., 2013).

CLD wordt internationaal gedefinieerd als:
“Contactlens discomfort is een conditie die gekarakteriseerd wordt door een episodisch of aanwezig blijvend vervelend oculair gevoel gerelateerd aan het dragen van contactlenzen, dit kan zijn met en zonder visuele verstoring, resulterend vanuit een gereduceerde compatibiliteit tussen de contactlens en het oculaire milieu, welke kan leiden tot het afnemen van de draagtijd en stoppen met het dragen van contactlenzen.” (Nichols et al., 2013)

Momenteel weten we nog niet goed wat de correlatie tussen symptomen en kenmerken van CLD is, wat ervoor zorgt dat het een lastig probleem is om aan te pakken. Wel is er een classificatie voor CLD gemaakt, waardoor het gemakkelijker wordt om uit te zoeken waar het CLD van de contactlensdrager vandaan komt en het probleem aan te pakken (Nichols et al., 2013). In het classificatiemodel wordt de reden voor CLD opgesplitst in de factor contactlens en omgeving.
Onder het kopje contactlens worden verschillende factoren benoemd, maar toch is niet van elke factor bewezen dat deze echt invloed heeft op CLD. Zo is er geen duidelijk bewijs dat een specifiek materiaal van een contactlens kan zorgen voor CLD, maar doen we enkel de aanname dat wrijving een rol speelt; en wordt er ook geen duidelijke indicatie gegeven in de literatuur over vloeistoffen, verzorging en draagschema’s in hun relatie tot CLD. Wel worden de grootte, vorm en randafwerking van een contactlens gezien als een van de belangrijkste factoren.

De andere factor die een reden kan zijn van CLD is omgeving. Omgeving wordt in deze classificatie bedoeld in de breedste zin van het woord en is hierom opgesplitst in verschillende aspecten. Zo kan er bij een contactlensdrager een onderliggende, bijvoorbeeld systemische, oorzaak zijn waardoor er CLD optreedt of kan het liggen aan een aanpasbare factor rondom de contactlenzen zoals de compliance van de drager. Daarbij is het ook belangrijk om rekening te houden met de invloed van de omgeving waarin de contactlensdrager zich bevindt.

Figuur 1 – Classificatie van CLD (Nichols et al., 2013)

Naast deze drie aspecten kan ook het oculaire milieu zorgen voor CLD. Echter is er nog niet genoeg onderzoek gedaan naar de verhouding van CLD en de neurobiologie van het oog om met zekerheid te kunnen zeggen waardoor men precies discomfort in het oog ervaart. Om dit beter te kunnen begrijpen is er meer onderzoek nodig naar de correlatie tussen perifere en centrale zenuwstelsel waarbij specifiek gelet wordt op veranderingen in de structuren van de zenuwen en de biochemie van het zenuwstelsel (Nichols et al., 2013).
 

In het TFOS-onderzoek uitgevoerd door Nichols et al. is uitgebreid literatuuronderzoek verricht naar CLD in combinatie met het oculair milieu. Een belangrijk onderdeel van dit onderzoek is de interactie van de traanfilm met de contactlens. Een contactlens in situ zorgt ervoor dat de traanfilm wordt opgesplitst in een pre- en post-lens traanfilm. Deze opsplitsing zorgt voor een verandering in de samenstelling van de traanfilm. Bij de pre-lens traanfilm is de lipide-laag verdund en is er minder volume van het traanvocht waardoor de pre-lens traanfilm eerder verdampt dan de normale traanfilm. Uit huidige onderzoeken is bekend dat een vermindering in de stabiliteit, verhoogde verdamping, verlaagde frequentie van verversing en opbreken van de traanfilm geassocieerd is met CLD.

Een cohortstudie gericht op de interactie van de traanfilm en de contactlens is uitgevoerd door Vidal-Rohr, Wolffsohn, Davies & Cerviño. Zij hebben zich gericht op het verband tussen de traanfilm en de contactlens door middel van een ultradunne contactlenscoating. Deze coating is een nanometer dik en aangebracht op een silicone hydrogel maandlens van het materiaal formafilcon B. De effectiviteit van deze coating is onderzocht door deze contactlens met coating te vergelijken met een identieke contactlens zonder coating. De studie is dubbelblind uitgevoerd en bestond uit een groep van 19 personen (21,6 ± 1,7 jaar, 17 vrouwen) welke allemaal een maand de contactlens met coating en een maand de contactlens zonder coating hebben gedragen. De proefpersonen zijn na een week en na een maand dragen per contactlenssoort onderzocht, hierbij werden de non-invasive break up time (NIKBUT), NIKBUT-gemiddelde en nasale en temporale bulbaire en limbale roodheid (volgens Jenvis gradatie) met de Keratgraph 5M (OCULUS Optikgeraete GmbH, Wetzlar, Germany) geëvalueerd. Symptomen van de proefpersonen werden bij deze evaluatie uitgevraagd met behulp van de 8-item Contact Lens Dry Eye Questionnaire (CLDEQ-8). Ook tijdens het dragen van de contactlenzen moesten de proefpersonen subjectief de contactlenzen evalueren, dit deden zij na het inzetten van de contactlenzen, midden op de dag en aan het einde van de dag met behulp van vier verschillende Visual Analog Scales (VAS).

Uit het onderzoek komt naar voren dat de behaalde visuele kwaliteit (p=0,037) en het subjectieve contactlenscomfort (p<0,001) hoger was voor de contactlens met coating en dat de CLD symptomen verlaagden (p=0,001). Ook was de traanfilm stabiliteit van het anteriore contactlensoppervlak (p=0,029) en het NIKBUT-gemiddelde (p=0,009) langer met de gecoate contactlens.

Het subjectief vastgestelde comfort van de contactlenzen met coating was even hoog als eerder gerapporteerd bij een populatie die geen contactlenzen draagt. De symptomen gerelateerd aan droge ogen werden verlaagd van een niveau dat beschouwd wordt als droge ogen naar suspect.

Figuur 2 – Oculair comfort met en zonder contactlens coating met tijd van de dag en draagtijd (Vidal-Rohr, Wolffsohn, Davies, & Cerviño, 2018)

Concluderend kan er dus gezegd worden dat deze coating op deze zachte contactlens lijkt te helpen bij het verhogen van het comfort. Deze verbetering van het comfort door middel van een coating kan er in de toekomst mogelijk voor zorgen dat er minder drop-outs zijn vanwege CLD. Wel zijn er in de toekomst meer onderzoeken nodig om het lineaire verband van de bevochtiging van het contactlensoppervlak en het oculaire comfort vast te stellen.

Literatuur
Asbell, P. A. (2017). Contact lens discomfort: Can we prevent dropout? Eye and Contact Lens, 43(1), 1. https://doi.org/10.1097/ICL.0000000000000358
Nichols, J. J., Willcox, M. D. P., Bron, A. J., Belmonte, C., Ciolino, J. B., Craig, J. P., … Sullivan, D. A. (2013). The TFOS International Workshop on Contact Lens Discomfort: Executive summary. Investigative Ophthalmology and Visual Science, 54(11). https://doi.org/10.1167/iovs.13-13212
Sulley, A., Young, G., & Hunt, C. (2017). Factors in the success of new contact lens wearers. Contact Lens and Anterior Eye, 40(1), 15–24. https://doi.org/10.1016/j.clae.2016.10.002
Vidal-Rohr, M., Wolffsohn, J. S., Davies, L. N., & Cerviño, A. (2018). Effect of contact lens surface properties on comfort, tear stability and ocular physiology. Contact Lens and Anterior Eye, 41(1), 117–121. https://doi.org/10.1016/j.clae.2017.09.009


 

Marianne Lindenberg

Studente aan de opleiding Optometrie.

Meer over Marianne Lindenberg
Opslaan als PDF
Reacties op dit artikel

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.